
Hoe verhouden de kosten zich tot een individuele oplossing zoals een warmtepomp?
De kosten voor warmtenetten en warmtepompen zijn op een andere manier opgebouwd. Voor een onderling vergelijk is het logisch om vanuit het perspectief van een gebouweigenaar de ‘total cost of ownership’ (TCO) uit te werken. Daarin worden alle kosten over een periode van bijvoorbeeld 30 jaar meegenomen.
Warmtepomp:
- Kenmerkend is dat de gebouweigenaar voor een warmtepomp zélf verantwoordelijk is voor installatie en onderhoud. Dat betekent dat die gebouweigenaar een nieuwe warmtepomp moet plaatsen als het bestaande systeem het einde van zijn levensduur heeft bereikt.
Ter vergelijking: Voor cv-ketels wordt veelal gerekend met een technische levensduur van 15 jaar, dit is ook een redelijke aanname voor warmtepompen. - De investering bij overstap naar een warmtepomp betreft de aanschaf- en installatiekosten voor de warmtepomp. Ook wordt het aangeraden om voldoende te investeren in gebouwisolatie, zodat het jaarlijkse elektriciteitsverbruik van de warmtepomp beperkt blijft. Afhankelijk van het oorspronkelijke schillabel van een gebouw, kan de investering in gebouwisolatie aanzienlijk blijken.
- De jaarlijkse kosten van de warmtepomp betreft het elektriciteitsverbruik en de onderhoudskosten. Het is voor kleinverbruikers in 2026 nog onvoorspelbaar hoe de netbeheerkosten voor elektriciteit zich zullen ontwikkelen als gevolg van netcongestie (op wijkniveau).
- Naast de investeringen zijn er ook verschillende subsidies beschikbaar voor gebouweigenaren. Het aanvragen van deze subsidie is een verantwoordelijkheid van de gebouweigenaar.
Warmtenet:
- Bij aansluiting op een warmtenet wordt veelal een eenmalige ‘bijdrage aansluitkosten’ in rekening gebracht. Voor particuliere afnemers stelt de ACM jaarlijks een maximum bedrag vast dat warmtebedrijven hiervoor mogen vragen.
- Jaarlijks betaalt de afnemer van een warmtenet een vastrecht en het variabel tarief voor de afgenomen warmte. Ook hier geldt dat de maximale hoogte van deze bedragen jaarlijks wordt vastgesteld door de ACM.
- In de leveringsovereenkomst tussen warmtebedrijf en afnemer wordt bepaald dat het warmtebedrijf verantwoordelijk is voor de beschikbaarheid van het warmtenet. Het warmtebedrijf is verantwoordelijk voor alle systemen t/m de afleverset. Dat geldt ook voor tijdige vervanging van de afleverset, zodra deze het einde van zijn technische levensduur heeft bereikt.
- De gebouweigenaar blijft wel verantwoordelijk voor overige inpandige kosten, maar deze zijn waarschijnlijk beperkt.
- Ook voor het aansluiten op een warmtenet zijn verschillende subsidies beschikbaar.
Vergelijk warmtepomp vs. warmtenet
- In veel gevallen is voor de overstap naar individuele warmtepomp een grotere investering nodig, onder meer vanwege isolatiemaatregelen.
- In het geval van warmtepompen zullen er tussentijds herinvesteringen nodig zijn, dit geldt niet voor afnemers van een warmtenet.
- De jaarlijkse verbruikskosten voor een warmtepomp zijn lager dan het vastrecht + variabel tarief voor een afnemer van het warmtenet. Bij een direct vergelijk van de energierekening zal het warmtenet dan heel duur lijken.
- Op lange termijn (bijvoorbeeld 30 jaar) zijn de energiekosten vergelijkbaar, waarbij de warmtepomp vaak iets goedkoper is. Dat is echter sterk afhankelijk van het gebouw, de verbruiker zelf en het onderhoud van de warmtepomp.
De afnemer van het warmtenet heeft echter meer zekerheid, er zijn minder zorgen over onderhoud en grote herinvesteringen zijn een verantwoordelijkheid van het warmtebedrijf.