Hoe werkt een warmtenet?

Een warmtenet bestaat voornamelijk uit een groot leidingnetwerk waardoor warm water stroomt. In elk gebouw dat is aangesloten op het warmtenet zorgt een afleverset voor de overdracht van warmte naar het interne verwarmingssysteem. Deze afleverset meet ook hoeveel warmte er wordt afgenomen, zodat hier een passende energierekening op kan worden gebaseerd.

Veel warmtenetten verschillen op details van elkaar. Een belangrijk aspect is de temperatuur van het water dat bij de afleverset beschikbaar is. Een veelgebruikte indeling is:

  • Een ‘midden temperatuur’ (MT), de geleverde temperatuur ligt tussen de 65-75°C
  • Een ‘lage temperatuur’ (LT), de geleverde temperatuur ligt tussen de 30-50°C
  • Een ‘zeer lage temperatuur’ (ZLT), de geleverde temperatuur ligt tussen de 10-20°C

De geleverde temperatuur bepaalt of de warmte direct inzetbaar is voor ruimteverwarming of tapwater. Zo volstaat de temperatuur van MT-warmtenetten voor de wetgeving voor veilig warm tapwater (‘legionella wetgeving’), het is in de meeste gevallen dus direct bruikbaar.

Als een warmtenet lagere temperaturen aflevert, dan zijn er voor bepaalde toepassingen extra systemen nodig. Een voorbeeld:

  • De warmte van een LT-warmtenet is direct bruikbaar voor o.a. vloerverwarming
  • De warmte van een LT-warmtenet moet voor gebruik als warm tapwater eerst door een warmtepomp worden naverwarmd. Door deze ‘booster’ wordt volstaan aan de voorwaarden voor legionella-veilig warm tapwater.

Een warmtenet met lagere temperaturen is complexer dan een warmtenet op middentemperatuur. Er zijn meer systemen nodig bij de afnemers. Daar staat tegenover dat de warmteverliezen in het ondergrondse leidingnetwerk lager zijn én dat er meer duurzame warmtebronnen bestaan die lage temperatuur duurzame warmte beschikbaar hebben.

Meer weten?

Aleida Verheus
Sr. Adviseur

06-34497025
aleida.verheus@dwtm.nl
Aleida Verheus